feest

In de keuken van het café waar we kerstavond vieren ontdekt mijn moeder dat ze de bonen is vergeten. Ze zegt dat het zonde is, er zaten ook sjalotjes bij. Op tafel staan wassen sneeuwmannen brandend dood te gaan. Twee neven gooien om beurten blokken hout in de haard. Zij weten nog niet dat dit een feest wordt zonder bonen. Mijn grootmoeder krijgt een sjaal cadeau. Ze draait de sjaal om haar nek en zegt dat de sjaal past. Mijn grootmoeder heeft maar één borst. Een nonkel krijgt een kalender met foto’s van dieren die lachen. Januari is een gelukkige koe. Mijn grootvader zag me buiten een sigaret opsteken en zegt: Ik heb je buiten een sigaret zien opsteken.
Op het kerstfeest vorig jaar viel mijn grootvader. Hij was zat. Zittend viel dat niet op, staand wel. Hij schoof zijn stoel naar achteren, stond op en viel om. Hij lag op de grond en wij hielden allemaal onze handen voor onze monden. Over zijn neus kronkelden drie helderrode stroompjes. Niemand wist of het bloed was of wijn die hij tijdens de val had uitgespuwd. Mijn grootmoeder was eerst stil en zei dan: maar pa toch. Met de zaklamp op iemands telefoon keken we naar de neus van mijn grootvader. De stroompjes bleken bloed. Ik nam een grote slok wijn. Mijn grootmoeder schudde met haar hoofd. Toen er pleisters op de neus van mijn grootvader zaten gingen we allemaal weer aan tafel zitten.
We waren stiller en we dronken.

nummer

Ik heb een nummer geschreven. Het nummer heet drie. Drie is een mooi nummer. Het is oneven en onevenwichtig. Alijd een te veel, altijd een te weinig. Plak een drie aan een gespiegelde drie en je krijgt een sneeuwman. Toch is het een zomers nummer geworden. Het nummer gaat als volgt:

Dit nummer heet drie.
Drie is een mooi nummer.
Het is oneven en onevenwichtig.
Altijd een te veel, altijd een te weinig.
Plak een drie aan een gespiegelde drie
en je krijgt een sneeuwman.
Dit is een zomers nummer.

(x3)

nacht

Ik droomde dat een actrice uit een gevierde soap mijn juf was. Ze gaf me straf en twee van mijn kiezen vielen uit. Een man van wie ik hou pakte de kiezen af, at ze op en liep zonder om te kijken weg. Ik bleef alleen achter met de juf. Op het bord schreef ik twintig keren onder elkaar dat ik aan het slapen ben. Intussen duwe ik mijn tong almaar harder in het gat in mijn mond. Op ochtenden denk ik steeds dat ik vandaag zomaar kan doodgaan. ’s Avonds val ik altijd weer levend in slaap. Het is daarna pas, dat het begint.

vijftien

Een vriendin vertelt me dat toen ze vijftien was, ze al eten kon klaarmaken voor meer dan twintig mensen. Toen ik vijftien was, was ik nog een kind. In een wei ontmaagdde ik een verlegen man van zesendertig. De koeien keken maar even op en graasden dan weer verder.

geloof

Aan de overkant loopt een vrouw met korte zwarte krullen en een hond. De hond heeft korte zwarte krullen. Tevreden dieren gaan op hun baasjes lijken. Mijn konijn was niet gelovig en droeg elke dag hetzelfde. Ik steek de straat over en aai eerst de hond en daarna de vrouw. Ik zeg haar dat ik mijn konijn achterliet en nu alleen nog maar een ingebeelde kat heb. De vrouw blaft dat zij wel in God gelooft, maar enkel bij momenten.

titelloos gedicht

Ik dacht altijd dat mijn ouders op een dinsdag zouden scheiden
maar ze blijven maar bij elkaar

vader zegt dat het goed is zo en moeder knikt
en maakt appelflappen

laat mij bloot sterven op straat
ik hoef niet te weten wie me opraapt en aan de kant legt

misschien nog een trui over mijn hoofd trekt
en dan weer doorrijdt naar het werk

aangesproken

Iedere dag loop ik langs dezelfde restaurants en etalages met onder andere valse poezen in. Wanneer ik over straat loop denk ik steeds dat iedereen op me let. Ik wil niet dat iemand op me let. Ik wil niet dat iemand me vraagt om een paar euro per maand te storten om bedreigde diersoorten te redden. Ik wil een katje om te aaien wanneer ik naar praatprogramma’s kijk. Ik loop met mijn hoofd gebogen. Ik kijk naar mijn schoenen. Ze ze zijn roze en nieuw. Ik heb ze niet preventief behandeld tegen vuil. Op de stoep speelt een man cello. Cello spelen op de stoep is een goeie manier om niet aangesproken te worden. Een vrouw op hakken haalt me in. Ze loopt maar een beetje sneller dan ik. Het inhalen gaat traag. Tien seconden lang loopt ze naast me. Heel even horen wij bij elkaar. Ik kijk opzij om te zien met wie ik op stap ben. Het een bekende actrice. Gisterenavond zat ze in een praatprogramma waar ik naar keek terwijl ik geen katje aaide. Ik houd haar tegen en vraag of het niet vervelend is om zo bekend te zijn en de hele tijd te worden aangesproken.

werkzeug

Gisteren kreeg ik een e-mail met als onderwerp werkzeug. Op het moment dat ik de e-mail binnenkreeg was ik, behalve dat ik naar mijn computerscherm staarde en een banaan at, weer niets aan het doen. Ik doe steeds alsof ik heel hard werk en veel fruit eet maar eigenlijk eet ik alleen maar veel fruit.
Ik voelde me door de e-mail betrapt. Ik wil de enige zijn die weet dat ik geen werkzeug ben. De toon van dit e-mailonderwerp stond me tegen. Toch klikte ik de e-mail open. Zo gaat dat met dingen die je ongemakkelijk doen voelen, je wil dat ze je nog ongemakkelijker doen voelen. De e-mail was geschreven in het Duits. Toen werd ik pas echt bang. Beschaamd stuurde ik een screenshot van de e-mail naar een vriend. Hij schreef in een bericht terug dat werkzeug in het Duits gereedschap betekent.
Mijn kapstok kijkt al weken kwaad. Hij ligt op de vloer terwijl hij aan de muur zou moeten hangen. Mijn jas en sjaal hangen met punaises op. Vandaag ging ik naar de doe-het-zelfzaak en ik kocht er potgrond voor mijn sanseveria en aan de kassa nog een sleutelhanger van Bosch.

twee apen

In mijn mailbox zit een foto van twee apen op een blauw dak. Mijn broer zit in Nepal. Hij mailde de foto en schreef: er zitten twee apen op een blauw dak. Ik zag de apen eerst niet zitten maar toen ik beter keek zag ik ze wel zitten. Ze zitten inderdaad op een blauw dak. Mijn tweede lief had dezelfde naam als het aapje dat zes jaar lang aan mijn pennenzak had gehangen. Dat zag ik als een signaal dat dit lief ook wel zes jaar bij me zou blijven. Hij bleef achttien dagen en ging dan weer bij zijn oma wonen. Ik ben bang dat mijn broer in Nepal zal willen blijven wonen. Ik wil dat hij terugkeert. Dan eten we rijst met onze handen en gaan daarna naar de zoo.