Iedere dag loop ik langs dezelfde restaurants en etalages met onder andere valse poezen in. Wanneer ik over straat loop denk ik steeds dat iedereen op me let. Ik wil niet dat iemand op me let. Ik wil niet dat iemand me vraagt om een paar euro per maand te storten om bedreigde diersoorten te redden. Ik wil een katje om te aaien wanneer ik naar praatprogramma’s kijk. Ik loop met mijn hoofd gebogen. Ik kijk naar mijn schoenen. Ze ze zijn roze en nieuw. Ik heb ze niet preventief behandeld tegen vuil. Op de stoep speelt een man cello. Cello spelen op de stoep is een goeie manier om niet aangesproken te worden. Een vrouw op hakken haalt me in. Ze loopt maar een beetje sneller dan ik. Het inhalen gaat traag. Tien seconden lang loopt ze naast me. Heel even horen wij bij elkaar. Ik kijk opzij om te zien met wie ik op stap ben. Het een bekende actrice. Gisterenavond zat ze in een praatprogramma waar ik naar keek terwijl ik geen katje aaide. Ik houd haar tegen en vraag of het niet vervelend is om zo bekend te zijn en de hele tijd te worden aangesproken.