‘The Birthday Party’ (1982)
Still uit Gotterdammerung (VPRO)

Elke zaterdag toont iemand ons zijn favoriete beeld: het werk dat altijd opnieuw beroert, troost of inspireert. Vandaag:  Stijn Meuris. 

‘21 juli 1982. Ik ben zeventien. Ik zit in de zetel tv te kijken. In de keuken staat mijn moeder af te wassen. Op de VPRO speelt Gotterdammerung, een programma over alternatieve muziek vernoemd naar een compositie van Wagner. Ik zie Joy Division live optreden en ik zie The Birthday Party, de toenmalige band van Nick Cave, het nummer ‘Junkyard’ brengen. Ik ben een simpele Overpeltse knaap die sinds een jaar met muziek bezig is. In de kast van mijn ouders staan platen van Abba, orkestmuziek van James Last en hitcompilaties met op de platenhoes wulpse dames in gebreide bikini’s: Alle Dertien Goed. Op televisie gaat The Birthday Party compleet loos. Nick Cave zingt en schreeuwt. De bassist doet alsof hij, met een enorme zwarte stetson-hoed op zijn hoofd, achterwaarts het drumstel neukt. Ik ben totaal van mijn sokken geblazen.’
‘Die twee fragmenten hebben mijn leven en mijn muzikaal wereldbeeld helemaal veranderd. De muziek en de allereerste muziekclips die toen op tv kwamen, waren allemaal heel netjes. Perfect belicht, glitter, glamour, gestroomlijnd. En dan ineens zag ik dat. Cave en zijn punkband die zich daar geen kloten van aantrokken. Die performden zoals ik nooit eerder een band zag performen. Ook die muziek had ik nog nooit gehoord. De punk­periode was natuurlijk al bezig en ik kende de Sex Pistols en The Clash wel, maar ik vond dat meer gewone rockmuziek gemaakt door mannen die gekke dingen deden met hun gezicht, kleren en haren. Wat ik The Birthday Party daar op televisie zag doen, was iets van een heel andere orde. Die stonden in een tv-studio in Hilversum werkelijk demonische muziek te maken. Bij beide shows dacht ik: die frontmannen gaan niet lang leven. Wat Ian Curtis betreft, kreeg ik gelijk. Nick Cave doet daarentegen nog altijd geniale dingen. Of dat moment voor de tv mij als muzikant beïnvloed heeft, is achteraf moeilijk te zeggen. Wel weet ik zeker dat ik er een soort code meekreeg. Een code die zegt dat je ook muziek kan maken met maar een paar noten en akkoorden. Zolang er maar een frontman is met uitstraling; hij moet niet eens geweldig goed kunnen zingen. Een nog belang­rijkere boodschap die ik eraan overhield was dat als je iets doet, je dat op je geheel eigen manier moet doen. Zonder compromissen.’

Verschenen in De Standaard (28 oktober 2017).