Mijn nachtrust wordt gemiddeld twee keer per week door de bovenburen naar de verdoemenis geneukt. Elke avond kijk ik voor ik ga slapen op YouTube naar mensen die vallen. Ik kan het iedereen aanraden, van vallende mensen val je zelf zielsgelukkig in slaap. Gemiddeld twee keer per week word ik abrupt uit die gelukzalige slaap gerukt. Ik vond rukken een passend werkwoord om in de voorgaande zin te vervoegen.
De eerste keer dat ik mijn bovenbuurvrouw hoorde schreeuwen dacht ik dat ze een indringer had betrapt die in haar kasten op zoek was naar haar waardeloze spullen. Tot ze ineens riep: dieper! Ik ken haar nog maar net, maar mijn bovenbuurvrouw is geloof ik niet het type bovenbuurvrouw dat schreeuwend aan een indringer vraagt om dieper in haar kasten te gaan zoeken.
Ik ben geen schreeuwer. Ik ben een zuchter. Ooit zuchtte ik eens zo veel dat ik begon te hyperventileren van mijn eigen geilheid. We moesten de vrijpartij pauzeren omdat ik even tien minuten in een zak in en uit moest ademen. Ik vulde de lege zak paprikachips met opgewonden lucht. Toen ik weer normaal kon ademen en we we wilden hervatten waar we aan begonnen waren, ging dat niet. Al mijn hitsigheid was blijven kleven aan de binnenkant van een chipszak.
De bovenbuurman hoorde ik nog nooit. Sinds gisteren weet ik hoe dat komt. Ik zette de vuilniszakken buiten en zag de vuilniszak van de bovenburen staan. Qua vuilniszakken buiten zetten zijn de bovenburen me steeds weer voor. Ik zag het helemaal bovenaan hun vuilnis zitten. Een lege zak verse spinazie. De bovenburen leven gezonder dan ik, maar in een lege zak verse spinazie kan je prima op adem komen.