op het perron

Veertig minuten te vroeg sta ik op perron drie. Gisteren las ik in de regionale krant dat in Merelbeke een verdelgingsactie tegen de reuzenberenklauw aan de gang is omdat de plant inheemse soorten overwoekert en brandwonden kan veroorzaken. Ik heb nog drie sigaretten. Bij mijn ouders vroeger had ik een tuin maar daar stonden alleen maar struiken in.
Ik kijk op de rug van een man. Hij rookt als een Turk. Ineens zit de wind verkeerd. Hij draait zich om. Het is een Turk. Het regent.
In mijn huis staat een exotische plant. Hij overwoekert niets. Hij was gewoon de goedkoopste. De zon begint te schijnen en ik denk aan mijn plant. Hij voelt zich vast weer thuis.
Op perron vier stapt een jongen uit met losse veters en een bos bloemen. Hij valt niet. In de tuin van mijn ouders maakten we eens een regenboog met de tuinslang.
De trein rijdt het station binnen. Ik ben nog altijd bang dat ik hem zal missen.

Categorieën