‘En wat zijn uw hobby’s?’ Ons hele leven door, van nog onwetende kleuter tot kreupele bejaarde, krijgen we de vraag voorgeschoteld. Maar wat als je er geen hebt? Wat als je niet twee keer per week in groep gaat fietsen of in een lokaaltje leert welke wijndruiven van welke streek komen?

Het begint meestal wanneer jongens en meisjes naar het eerste studiejaar gaan. Er is natuurlijk ook zwemmen voor baby’s, maar daar ­weten die baby’s wanneer ze geen baby meer zijn doorgaans nog weinig van. Een jaar of vijf, zes zijn ze. Eindelijk leren lezen en schrijven, maar ook veel stilzitten. Tijd voor een hobby! Bewegen, ontspannen, misschien wel ergens heel goed in worden.
Moeder en vader in bed: ‘Wat zou nu echt iets voor ons Lientje zijn, denk jij?’ ‘Ik vind dat ze veel gevoel voor ritme heeft, ze moet op dansles.’ ‘Maar ook op viool, dat gaat zo leuk zijn later op familiefeestjes!’ En dus gaat Lientje op woensdagnamiddag jazzdansen, doorspartelt ze op zaterdagvoormiddag solsleutels en notenbalken en gaat op zondagnamiddag ook nog wat ravotten bij de scouts. Want dat wilde ze eigenlijk zelf ook nog graag. En hup. Vol zit dat jonge leven. Aan de ijskast kleeft ineens een hobbyplanning.

Kliekjes
Aan de ijskast van Fanny Leenknecht hangt er geen. Haar dochtertje van acht Anais heeft geen hobby. ‘Die wil ze zelf niet’, vertelt Fanny. ‘Ze zegt dat ze moe is van het naar school gaan en liever rustig thuis blijft, in de natuur speelt of met haar broer in de zetel zit. Haar vader en ik zijn gescheiden, ze moet elke week ­honderd kilometer afleggen tussen Antwerpen en Kortrijk, ik vermoed dat dat, in combinatie met school, voor haar gewoon genoeg is. Soms vind ik het pijnlijk om te zien dat het leven voor zo jonge kinderen al zo snel moet gaan. Zo snel dat zij heel bewust zegt: als er geen school is, wil ik gewoon op mijn gemak zijn.’

‘We zijn bang om iets te missen, bang voor de leegte, bang voor de verveling. Dus nemen we hobby’s om die angst tegen te gaan’
DIRK DE WACHTER – Psychiater

Maar op school krijgt Anais wel de vraag waarom zij niet ook in de KSA zit. ‘Dan zegt ze heel eerlijk dat ze liever thuis blijft. Ik denk dat ze ook niet goed om kan met drukte. Maar ik vind het op zich sterk dat ze ervoor uitkomt en totaal geen ambitie koestert om een hobby te gaan ­zoeken. Ze wordt er wel op aangesproken, maar niet om uitgelachen. Als mama ben ik op dit moment niet bang dat ze sociaal geïsoleerd zal raken, ze heeft genoeg vriendinnetjes om mee te spelen. Wel vraag ik me soms af hoe het later zal gaan, wanneer er toch altijd kliekjes gevormd worden. De groep van de KSA, de groep van de dansles … Zal ze dan wel ergens bijhoren?’

Ben Crabbé
Zo gaat het inderdaad. Een vaste hobby hebben is toch vaak een sociale aangelegenheid. Er worden groepjes gevormd. Zo ging het bij mij ook. Ik zat in de atletiekclub, turnde en leerde pianospelen. Mijn vriendjes en vriendinnetjes zaten ook op atletiek, turn- en pianoles. Ik was ook twee weken bij de jeugbeweging, maar hield daar mee op zodra bleek dat de activiteiten niet gemengd waren en je op kamp zelf de afwas moest doen. Nu ben ik een mens met vele interesses maar geen enkele hobby. In mijn vrije tijd wil ik niet nog eens met een groep vrouwen gaan joggen of leren hoe je groente in julienne snijdt. Van het idee alleen al word ik erg moe.
Maar voor de mensen die dat naast hun werk en hun gezin wel nog allemaal gedaan krijgen, en daar vooral plezier aan beleven: des te beter natuurlijk. Heel wat mensen nemen een hobby voor het sociale contact of om iets bij te leren. Onze ­eeuwige, eeuwige bijleermaatschappij. Moet dat per se door op vaste momenten samen te hokken met anderen?
An-Sofie Soens, een jonge vrouw van 29, vertelt dat het niet hebben van hobby’s het enige is dat haar ervan weerhoudt om mee te doen aan Blokken. ‘Ben Crabbé zou tijdens zijn introductiepraatje veel te raar naar mij kijken.’ Maar het gaat verder dan een grapje. ‘Vroeger waren er de carnavalsgroep, de jeugdbeweging, de dansgroep en de jeugdraad. Maar op een bepaald moment stoppen die jeugdhobby’s. Je begint te werken, dat blijkt allemaal niet gemakkelijk te combineren met je job. Wat ik soms mis, is het extra sociale contact. Maar om heel eerlijk te zijn, ben ik best blij met weekends en avonden ­zonder plannen, zonder verplichtingen. En uiteraard leer ik nog graag dingen bij, maar liever op mijn eigen tempo en zonder dat daar agenda’s aan te pas komen. Als jonge werkende krijg je al behoorlijk veel te verwerken. Gewoon thuis zijn en nietsdoen kan me soms nog het meeste ontspannen.’

Angst voor het niets
Psychiater Dirk De Wachter hoort dat graag. Als er iemand is die het nietsdoen en de verveling haast als kunsten op ­zichzelf weet te omschrijven, dan wel hij. Maar staat het niet hebben van een hobby – in de zin van op vaste tijdstippen, ­buitenshuis en dikwijls met andere mensen erbij – per definitie gelijk aan een leeg leven met verveling troef?
‘Voor sommige mensen kan een hobby buitenshuis deugd doen’, vertelt De Wachter. ‘Je ontmoet dikwijls nieuwe mensen met gelijkaardige interesses en dat terugkerende sociale contact is voor velen een belangrijke beweegreden om zich bij een clubje of vereniging aan te sluiten. En als het ook echt ontspannend en leuk is, misschien ter compensatie van saai werk, is daar ook niks verkeerds mee. Maar wanneer iemand hobby’s neemt omdat dat nu eenmaal zo zou horen, als een verplichting, als een symptoom van fomo (fear of missing out of de angst om iets te missen, red.), dan schieten die hobby’s hun doel totaal voorbij.’
Wel hobby’s hebben of geen hobby’s hebben, volgens De Wachter moet het een individuele en vrije keuze zijn die past bij wie jij bent. Geen hobby’s hebben betekent niet dat je geen interesses hebt, nooit mensen wil zien of niks wil bijleren. ‘Maar ik merk in de praktijk wel dat veel mensen nog steeds de neiging hebben om hun agenda’s en die van hun kinderen zo vol mogelijk te proppen. We blijven bang zijn voor het niets. We zijn bang om iets te missen, bang voor de leegte, bang voor de verveling. Dus nemen we hobby’s om die angst tegen te gaan. Heel wat mensen en kinderen krijgen daardoor net veel te veel prikkels. Plots ligt iemand dan met een burn-out op de canapé.’
‘We moeten echt leren om in onze vrije tijd eens gewoon niets te doen. Ook kinderen. Als de verveling toeslaat, komt vaak ook de creativiteit naar boven. Dus zit eens gewoon neer. Scrol eens niet op je smartphone door Facebook en Instagram om te zien wat de hobby’s van anderen zijn. Kijk gewoon even rond, staar wat door het raam. Doe eens compleet niks.’

Verschenen in De Standaard (9 november 2017).